Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur (d.d. 10 december 2025) de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
De financiële verordening bevat onder andere:
- regels voor waardering en afschrijving van activa;
- criteria voor het activeren van investeringen, bestaande uit:
- een minimumbedrag en/of;
- een minimale gebruiksduur;
- regels voor het moment waarop met afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen;
- uitgangspunten over de handelswijze betreffende restwaarde van activa;
- grondslagen voor de berekening van de door het bestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven;
- regels inzake de algemene doelstellingen van de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, en over de administratieve organisatie van de financieringsfunctie;
- regels ten aanzien van:
- de autorisatie van kredieten;
- de wijze van activering van kosten.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
Waardering van passiva en activa en de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zijn betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025.
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële vaste activa
Het BBV kent de volgende drie soorten immateriële vaste activa:
- De kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
- De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
- De bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa:
- Investeringen met een economisch nut;
- Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
- Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen. Rentekosten voor de vervaardiging van het actief worden niet geactiveerd. Vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. Daarnaast wordt bij de waardering van materiële vaste activa rekening gehouden met verminderingen in de vorm van ontvangen subsidies en bijdragen van derden. Ook wordt rekening gehouden met aftrek van de afschrijvingen, en voor investeringen van voor 2003 onder aftrek van compensabele BTW zoals opgenomen in de beleidsnotitie invoering Wet BCF. Investeringen vanaf 2004 zijn opgenomen exclusief compensabele BTW.
Investeringen met een economisch nut worden jaarlijks afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden afgeschreven op basis van verwachte nuttigheidsduur. De afschrijvingstermijn hiervan wordt -indien mogelijk- zo kort mogelijk gehouden. Afschrijvingen en naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa vinden plaats onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Vanaf 2017 worden investeringen met maatschappelijk nut ook voortaan afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur.
Op basis van de financiële verordening wordt de afschrijving toegepast.
Financiële vaste activa
Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa:
- Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
- Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
- Overige langlopende leningen;
- Uiteenzettingen in ‘s Rijks schatkist met rente-typische looptijd van één jaar of langer;
- Uiteenzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rente typische looptijd van één jaar of langer;
- Overige uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Vlottende activa
Uitzettingen, liquide middelen en overlopende activa
De vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Debiteurenvorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor dubieuze debiteuren. Een dergelijke voorziening is beschikbaar voor vorderingen sociale zaken en waarborgsommen. De liquide middelen zijn vrij beschikbaar, tenzij uit de balans en toelichting op de balans anders blijkt.
PASSIVA
Vaste passiva
Eigen vermogen
Niet van toepassing voor MGD.
Voorzieningen
Betreft voorziening verlof en verlofsparen. Deze is gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals is toegelicht bij de balans.
Vaste schulden
De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden en Overlopende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Conform het BBV worden (voorschot)bedragen met een specifiek bestedingsdoel ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen, en waarop een terugbetalings-verplichting rust, verantwoord onder de overlopende passiva.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Vennootschapsbelasting (Vpb)
De gemeenten en andere overheidslichamen kunnen belastingplichtig worden voor de Vennootschapsbelasting. Vanaf boekjaar 2016 is de Wet op de vennootschapsbelasting namelijk gewijzigd. Op grond van artikel 40b van het BBV wordt een eventueel recht op verliescompensatie opgenomen in de jaarrekening in het onderdeel Niet uit de balans blijkende verplichtingen en activa.
Op basis van diverse handreikingen heeft inventarisatie van activiteiten plaatsgevonden om te beoordelen of sprake is van een belastingplicht. Conclusie hiervan is dat sprake is van niet-onderworpenheid dan wel sprake is van een objectieve vrijstelling of voor een beperkt aantal activiteiten onder omstandigheden sprake is van een risico op onderworpenheid.
Voor boekjaar 2025 leidt dit tot de volgende fiscale positie:
|
|
31-12-2025 |
|
Recht op verliescompensatie |
0 |
Grondslagen ter bepaling van het saldo van de rekening van baten en lasten
De lasten en baten worden tegen nominale waarde zoveel mogelijk toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben (matching principe). De lasten in de programmarekening zijn opgenomen op basis van historische kosten. Verliezen zijn verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar zijn.
Winsten worden eerst verantwoord nadat deze daadwerkelijk gerealiseerd zijn (voorzichtigheidsbeginsel). De afschrijvingen worden volgens de voorgeschreven afschrijvingstermijnen berekend.
Schatkistbankieren
Met de invoering van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) zijn decentrale overheden verplicht om tijdelijk overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk door middel van een depositovorm of rekening-courant. Op grond van artikel 52-c van het BBV is in de toelichting op de balans (onder de Overige gegevens) de rapportage over toepassing van het schatkistbankieren in het afgelopen jaar opgenomen.
Paragraaf Verbonden partijen
De inhoud en verplichting voor op te nemen informatie van verbonden partijen is gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is gebaseerd op wijzigingen in het BBV en nieuwe Notitie Verbonden partijen van november 2014 van de Commissie BBV. Vanaf jaarverslag en jaarrekening 2014 is de paragraaf verbonden partijen hierop aangepast en opgenomen in het onderdeel Jaarverslag.
Verplichte opname van financiële kengetallen
De Adviescommissie vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten heeft in 2014 voor zijn advisering een zevental uitgangspunten opgesteld. Daarbij is de rode draad de versterking van de horizontale verantwoording. Voor de uitwerking van de adviezen is een stuurgroep ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van onder meer BZK, Financiën, de VNG, het IPO en de commissie BBV. Een eerste resultaat is inmiddels vastgesteld. Het betreft de invoering van een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing voor de begroting vanaf 2016 en de jaarrekeningstukken vanaf 2015 bestaande uit:
- Netto schuldquote
- Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
- Solvabiliteitsratio
- Kengetal grondexploitatie
- Structurele exploitatieruimte
- Belastingcapaciteit
Het opnemen van deze vijf financiële kengetallen is een eerste stap op invoering van de overige aanbevelingen van de Adviescommissie vernieuwing BBV. De bedoeling hiervan is om de financiële positie meer inzichtelijk te maken voor raadsleden. Verwerking in de begroting en de jaarrekening van de overige aanbevelingen vindt vanaf 2017 plaats.